header image

Altiplano Boliviano

Posted by: | 17 October 2010 | 2 Comments |

Net terug van vier dagen crossen over de altiplano, met het zand en zout nog in mijn haar, ben ik er helemaal uit: het zuidwesten van Bolivia is met stip gestegen op mijn ranglijst van mooiste gebieden ter wereld. Een landschap van woestijn, bergen, vulkanen, meren en dan uiteindelijk die gigantische zoutvlakte. De wedstrijd is afgelopen, het is game over voor de rest van de wereld.

Het waren vier dagen van sensory overload en 300 foto’s, maar ook van afzien want het is koud boven de 4000 m. Gelukkig zorgde onze kok Maria voor een bijna continue aanvoer van warm (en lekker) voedsel. Dat, het kaarten en natuurlijk Digna’s lamajas hebben mij door de barre avonden en nachten gesleept.

En als je dan op de laatste dag weer koers zet richting Tupiza, dan verwacht je min of meer dat alles beter wordt. Dus niet. Toen de jeep het na een uur begaf, was dat tot daaraan toe. Dat we vervolgens werden overvallen door een zandstorm (zand in je ogen, in je neus, in je oren en in je megadure Canon 450D) was wat minder.

Bolivia heeft deze ronde belangrijke punten gescoord en het is nog maar de vraag of Argentinië dit goed kan maken. De klok tikt echter onverbiddelijk verder!

under: Activiteiten, Reisverhalen, Reizen
Tags: , ,

Boliviaaaaaa!

Posted by: | 8 October 2010 | 1 Comment |

En toen was het ineens klaar in Peru en landde ik op El Alto, het vliegveld van La Paz, Bolivia, en tevens het hoogste vliegveld ter wereld. Ik kon direct kennis maken met de douane aangezien het lot wilde dat mijn tas werd doorzocht. Gelukkig houden ze hier in Zuid-Amerika niet zo van backpacks, want ze keken ernaar, ze voelden eraan en je hoorde ze bijna denken dat ze niet wilden weten wat voor een stinkende kleren erin zaten. En toen was ik dus echt in Bolivia!

Het eerste dat hier opvalt, is hoe goedkoop het hier is. Slapen doe je voor nog geen 6 euro en dan heb je dus een kamertje alleen. Eten is voor 2 tot 3 euro voor de bakker en een busrit is met 2 euro 50 eigenlijk al best duur. Dit is zooo mijn land! La Paz wordt gekenmerkt door héél erg veel busjes en héél erg veel schoenenpoetsers. Dat laatste vind ik eigenlijk geniaal. Hoezo laten wij daklozen een krant verkopen die niemand wil lezen? Ik durf te wedden dat genoeg zakenmannen en -vrouwen voor een euro hun schoenen zouden laten poetsen.

De afgelopen dagen ben ik bij het Titicacameer geweest, één van de hoogste meren ter wereld. Op een eiland er middenin, Isla del Sol, steeg ik weer tot grote hoogte: 4000 m. Opvallend is dat het er overal ter wereld op die hoogte ongeveer hetzelfde eruitziet: geen bomen, weinig planten en vooral veel rots. Ik had een Spaanstalige gids voor de verandering en na drie weken Spaans begrijp je dan ongeveer dit: vroeger woonden hier de Inca´s. Punt. Die Inca´s konden dan mooie muurtjes bouwen zonder cement te gebruiken en een stad uit de grond laten verrijzen, lukte ze ook heel aardig, veel verstand hadden ze echter niet. Kennelijk dachten zij dat Isla del Sol de geboorteplaats was van de zon.

Roodverbrand door de zon en met opnieuw een zere knie (moet je ook maar niet van Inca-muurtjes afspringen) rust ik even uit in La Paz. Op mijn verlanglijstje staat nu nog Uyuni en dan ga ik maar eens richting Argentinië om dat Spaans van me op te vijzelen. Oh ja, hou deze site in de gaten want Schaap en ik zijn druk bezig met de nominaties voor de Schaap Op Reis Awards 2010!

under: Reisverhalen, Reizen
Tags: , , ,

Machu Picchu & el camino loco

Posted by: | 29 September 2010 | 1 Comment |

Na het zien van zoveel wereldwonderen vreesde ik de beruchte wereldwonderen-moeheid. Toen ik echter vlak onder de Caretaker’s Hut zat te wachten op het moment dat de wolken uiteen zouden wijken om Machu Picchu te tonen, wist ik dat ik daar totaal geen last van had. Het moment dat Machu Picchu zich daar voor mijn ogen ontvouwde, precies zoals ik altijd al heb gezien op honderden plaatjes, was pure magie.

Het oneindige respect dat ik heb voor Sir Edmund Hillary omdat hij als eerste mens Mount Everest beklom én levend naar beneden kwam, datzelfde respect heb ik ook voor de ontdekker van Machu Picchu: Hiram Bingham. Het feit dat hij de stad heeft ontdekt, hooggelegen in de Andes en volledig aan de wereld onttrokken, daar ben ik hem op mijn blote knietjes dankbaar voor.

Het zien van Machu Picchu bleek echter niet genoeg. Wanneer je je vroeg genoeg aan de poort meldt, krijg je een stempel om Huayna Picchu, de hoogste berg op de achtergrond, te beklimmen. Hoewel ik daar eigenlijk geen zin in had (picture this: je bent al omhoog gelopen vanuit Aguas Calientes naar Machu Picchu, en dit heb je om half vijf ‘s ochtends gedaan, en inmiddels is het warm en bovendien, Huayna Picchu is hóóg) maar toch. Het was tien uur ‘s ochtends, ik was voor de enige keer in mijn leven in Machu Picchu, what else is there to do, really?

Dus daar ging ik, stap voor stap, omhoog, over het camino loco, had ik dat al niet eens eerder gedaan? Het was steil, het was ver naar de top, maar als je daar dan eenmaal bent en Machu Picchu ver beneden ziet liggen, tja… dan ben je best wel trots, zeg maar! Daarna was het trouwens wel snel klaar met mijn benen. Bij het afdalen keerde de pijn van Everest Base Camp in mijn rechterknie terug en voor je het weet, sta je weer met je voeten op de grond. Letterlijk en figuurlijk.

Van alle wereldwonderen die ik de afgelopen maanden heb gezien, staat Machu Picchu met stip op 1. Bewonder de foto’s via de link in mijn fotoalbum en oh ja, Schaap was natuurlijk ook mee!

under: Reisverhalen
Tags: , ,

Life In Cusco

Posted by: | 19 September 2010 | 2 Comments |

Het wonen in Cusco bevalt zo goed dat ik me inmiddels bijna een local voel. Zo communiceer ik met taxichauffeurs en winkeliers in het Spaans en koop ik al mijn spullen op de markt. Ook heb ik me inmiddels gewaagd aan het lokale lievelingsgerecht: cavia. Ik had niet eens heel veel moeite met het eten van het achterneefje van Punkie en het was eigenlijk best lekker.

De Spaanse school organiseert op vrijdagmiddag altijd een uitje in plaats van les in de schoolbanken. Zo zijn we met zijn allen naar de markt geweest om groente en fruit te benoemen en waren we afgelopen vrijdag op de begraafplaats van Cusco. Indrukwekkend om te zien dat mensen hier niet in de grond worden begraven, maar in een stenen bouwwerk met een raampje.

Ook ben ik wederom naar de kapper geweest, het was tenslotte alweer drie landen geleden. Mijn zelfbedachte motto dat je niets weet van een volk tot je weet hoe ze met haar omgaan, heeft Peru bijna bovenaan het lijstje gezet. Prima geknipt voor minder dan 3 euro.

Ik ben trouwens ook in een lokaal ziekenhuis geweest, no worries, niet voor mezelf. Een klasgenootje was zo ziek dat een infuus en medicijnen nodig waren en ik achtte het verstandig om de westerse geneeskunde te vertegenwoordigen. Prima dokter, prima ziekenhuis, niets op aan te merken.

O, en als er mensen zijn die foto’s willen zien van mijn leven hier, check het weblog van mijn huisgenootje Suzanne @ www.suzannehofland.waarbenjij.nu.

under: Reisverhalen
Tags: , , ,

Lama Wear

Posted by: | 13 September 2010 | 2 Comments |

Het was niet voor het eerst (en zeker niet voor het laatst) dat ik vandaag ging souvenir shoppen op een markt in de buurt van Cusco. Ik was er vorig weekend ook al geweest en was dus voorbereid op de enorme hebberigheid die je overvalt zodra je een voet op het marktplein zet.

Honderden stalletjes met kleurig gebreide sokken, mutsen, truien en poncho’s. Doeken en sjaals in allerlei motieven in de kleuren van de regenboog. Portomonnees, etuis, armbandjes en sleutelhangers. Tassen, zo ontzettend veel tassen, van klein tot groot tot supergroot. En als je dacht dat het stalletje het wel was, dan was daarachter nog een hele winkel met zoveel spullen dat het bijna pijn deed aan je ogen.

Je vraagt je af of de vrouwen hier nog iets anders doen dan breien, weven en haken. En ook of IKEA niet gewoon een lucratief contract met ze kan sluiten voor de productie van kleurige dekbedovertrekken met matching kussenslopen. Of dat ik gewoon lekker zelf een lama ga houden met elke winter een nieuwe, warme trui…

Inhouden kon ik me dan ook niet. Hoe ik al die spullen in mijn rugzak moet gaan stoppen, is mij op het moment allerminst duidelijk. Dat ik ze erin ga stoppen, staat buiten kijf. Vond ik de kleuren en materialen in Tibet al mooi, dit slaat werkelijk alles. En ik ben niet de enige die de komende winter in Lama Wear zal lopen: ik kom twee dagen voor Sinterklaas terug…

under: Activiteiten, Reisverhalen, Reizen
Tags: , ,

Me gusta español

Posted by: | 10 September 2010 | 1 Comment |

Het was even wennen om weer met pen en papier in de schoolbanken te zitten om iets te leren: Spaans. Het was ook zeker even wennen om dat te doen met een overgrote meerderheid aan twintigjarigen die zich voor het eerst van hun leven wagen aan een Groot Avontuur. Na een week kan ik echter wel zeggen, me gusta. Ik vind het leuk.

Misschien zijn het de spelletjes die we moeten doen om de getallen en bijvoeglijke naamwoorden te leren. Of het liedje Me Gustas Tú waarvan je ineens de betekenis begrijpt. Of het zijn de leuke medecursisten die elke avond gezellig maken na maanden van pasta eten in mijn eentje en om negen uur naar bed.

Ondertussen proef ik ook van de andere mooie dingen die Zuid-Amerika te bieden heeft. Mijn eerste yogales was een eye opener. Nooit geweten dat het zo inspannend is en tegelijk zo rustgevend. De spierpijn de volgende dag was dan ook een enorme verrassing. Mijn eerste salsales is heel binnenkort een feit.

Na vijf maanden kan ik inmiddels terug kijken op een enorme reis. Soms lijkt het vorige week dat ik vanuit Kathmandu vertrok om naar Everest Base Camp te lopen. Het lijkt gisteren dat ik in China liep te zweten. Maar het is toch echt nu, vijf maanden en een reis om de wereld verder, dat ik in Zuid-Amerika ben.

De datum van mijn terugkeer is inmiddels ook bekend: 3 december. Bij deze is iedereen uitgenodigd op Schiphol, spandoeken zijn geheel optioneel!

under: Activiteiten, Reisverhalen, Reizen
Tags: , , ,

Perú, te quiero

Posted by: | 4 September 2010 | No Comment |

Bijna een week geleden, na twee vluchten van circa 5 uur, arriveerde ik middenin de nacht op Aeropuerto Jorge Chávez in Líma. Geen aanrader trouwens, om om 2 uur ‘s nachts door Líma te rijden met overal hangjongeren die allemaal in de categorie van Joran van der Sloot vallen.

Líma zelf bleek ook weinig interessant. De wijken Barranco en Miraflores zijn nog wel mooi, maar het centrum van Líma vond ik ronduit slaapverwekkend. De enige bar waar ik met mijn nieuwe Britse vrienden heen durfde, was die van het Loki Hostel, een Ierse keten. En zo kwam het dat we de dag erna alle vier brak in het vliegtuig naar Cusco zaten.

Cusco, ooit de grootste en belangrijkste stad van het Inca-rijk, op 3300 m boven zeeniveau. Had ik zoiets al niet eerder gedaan? Acclimatisatie blijkt in elk geval geen vier maanden houdbaar, zo merk ik hier in de steile straatjes van de oude stad. Als een COPD’er zonder zuurstoftankje loop ik te hijgen. De remedie hier is coca, maar seriously, hoeveel coca-thee kan een mens hebben?

Nu ik een paar dagen op deze hoogte ben, merk ik wel dat het beter wordt. Dus trek ik er inmiddels op uit, zoals naar de markt Il Molino waar ik piratenversies van onder andere Sex And The City, the movie en de serie Dexter heb opgeduikeld. Ook mijn eerste Spaanse les heb ik er inmiddels op zitten, maar heel veel verder dan begroeten, bedanken en vragen hoeveel iets kost, kom ik nog niet.

Voorlopig blijf ik hier nog wat Spaanse lessen volgen om met goed fatsooen af te kunnen dingen op al het moois dat hier te koop is. En natuurlijk moet ik nog naar die andere stad van het Inca-rijk, Machu Picchu, maar dat gaat zo zonder zuurstoftankje voorlopig nog even niet gebeuren!

under: Reisverhalen
Tags: , ,

Been there & done that

Posted by: | 31 August 2010 | 1 Comment |

Vliegveld in, vliegveld uit. Van luxueus groot tot microscopisch klein. Op Paaseiland heb ik eindelijk de lang gewenste foto van een landende Boeing kunnen maken, in de open lucht. Van stokoud tot gloednieuw of half af (Santiago is nog herstellende van de aardbeving?). Draadloos internet is overal maar alleen in Hong Kong goed toegankelijk en gratis.

Vliegtuig in, vliegtuig uit. De regels voor de veiligheid snap ik inmiddels niet meer, soms mag water wel en soms niet. Op binnenlandse vluchten in Australië zijn ze niet bang voor terroristische aanslagen (wie doet dat nou boven the middle of nowhere?). In Chili moet je je schoenen uitdoen, maar mag water dan weer wel. LAN Airlines controleert op de aanwezigheid van steekwapens en deelt vervolgens metalen messen uit tijdens het eten.

Taxi in, taxi uit. Alleen op Paaseiland lag het vliegveld op loopafstand. Altijd op zoek naar dat bordje met mijn naam erop, al of niet goed gespeld. En als dat er niet is, dan de taxichauffeur die er niet uitziet als een axe murderer. Proberen om eens niet afgezet te worden en uiteindelijk gebeurt het toch omdat je maar wat blij bent dat je heel en met al je bezittingen bij je bestemming bent gearriveerd.

Hostel in, hostel uit. Oud, nieuw, te koud, te warm, druk, niet druk genoeg, een kamer alleen, een kamer met twintig. In China leggen ze je echt in de watten voor geen geld, in Australië kost alles geld. In Nieuw-Zeeland doen ze hun best je het hostel uit te koken en op Moorea proberen ze je eruit te waaien. Zelf koken in de hostelkeuken levert een overvloed aan herinneringen op aan mijn studententijd.

Het zijn me een vijf maanden geweest en het is nog niet af. Heel Zuid-Amerika ligt nog aan mijn voeten te wachten om ontdekt te worden. Dus kom maar op met die vliegvelden, vliegtuigen, taxi’s en hostels, alsof ik het nog niet eerder heb gezien!

under: Reisverhalen
Tags: , , ,

Rapa Nui

Posted by: | 27 August 2010 | 1 Comment |

Bijna 4000 km voor de Chileense kust ligt Rapa Nui, Paaseiland. Geloof het of niet, maar het was een Nederlander die het piepkleine eiland zijn naam gaf. Admiraal Roggeveen zag op Paaszondag een eiland en voilà: Paaseiland. Hoe origineel, maar laten we het erop houden dat de Europese ontdekkingsreizigers destijds veel dingen te benoemen hadden…

Paaseiland is mijn favoriete Polynesische eiland. Hanga Roa is het enige dorp en daar woont iedereen, een paar eenzame boeren uitgezonderd. Wilde paarden galopperen over het eiland (en de straten van Hanga Roa) en dan die beelden hè, de moai. Ze lagen allemaal omver door tribal wars en tsunami’s, maar een handvol zijn gerestaureerd en rechtop gezet zoals ze ooit moeten hebben gestaan.

Die moai zijn nog steeds een groot raadsel. Uitgehakt uit de quarry aan de andere kant van het eiland weet eigenlijk niemand precies hoe ze over land zijn verplaatst. De oorspronkelijke bewoners van het eiland waren ook niet bijster slim aangezien ze zichzelf hebben uitgeroeid hier. Als je bomen blijft kappen zonder ze te herplanten dan heb je binnen no time geen bomen meer, dat weet elke Settlers-beginneling.

Omdat het eiland sinds 1888 bij Chili hoort, spreekt men hier Spaans. Ik dus niet. De paar toeristen die hier rondlopen, behoren voor het grootste deel tot het round the world-volk zoals ik. Iedereen is of onderweg naar Santiago de Chile of naar Frans Polynesië. Hoe paradijselijk de laatstgenoemde eilanden ook waren, Paaseiland steekt met kop en schouders boven ze uit. De rust, de leegte, de moai, het mysterie… need I say more?

under: Reisverhalen
Tags: , , ,

Paradise Found

Posted by: | 23 August 2010 | No Comment |

Moorea is waar iedereen van droomt. Na Tahiti is het het grootste eiland van Frans Polynesië, omringd door een turquoise oceaan, gezegend met witte stranden en beboste, mysterieuze bergtoppen. Er is maar één weg die als een ring over het eiland loopt en liften is hier nog een volledig geaccepteerde wijze van vervoer. Het is er altijd mooi weer en elke dag lijkt het zondag.

Toen ik in Nepal was, las ik het boek van Bill Bryson, A Short History Of Nearly Everything. Daarin beschreef hij hoe in de achttiende eeuw werd getracht de afstand van de aarde tot de zon te berekenen. Hiervoor moest de transit van Venus worden gevolgd en werd Captain James Cook naar de Pacific gestuurd. En wat kwam hij daar tegen? Moorea.

Hoewel ontdekkingsreizigers in die tijd overal vlaggen plantten en land claimden voor het vaderland, waren deze stukken land niet altijd onbewoond. Veel langer geleden nog waren er mensen in Zuid-Oost Azië die spullen, planten, beesten en de kinderen in een kano gooiden en op weg gingen naar nieuw land. Ze voeren naar Nieuw-Zeeland (de latere Maori) en zo’n beetje alle eilanden in de Pacific (waaronder ook Frans Polynesië, Paaseiland en Hawaii).

Al liggend op het witte strand, al snorkelend in de turquoise oceaan, al fotograferend vanaf een kayak huiveringwekkend dichtbij twee meter hoge golven brekend op het rif, bedacht ik mij dat ik in de voetsporen ben getreden van deze mensen. En met mijn voeten in het warme water van Opunohu Bay realiseerde ik mij naar dezelfde toppen te staren als Captain Cook destijds.

En om de geschiedenisles volledig te maken, heeft Frankrijk in de jaren negentig natuurlijk kernproeven uitgevoerd in dit gebied (misschien komt ik lichtgevend terug). Toen Greenpeace daar wat tegen wilde doen, ontplofte de Rainbow Warrior ‘zomaar’ in de haven van Auckland (been there, tick). Het is leuk om te zien dat een wereldreis ook een reis is terug in de tijd.

under: Reisverhalen

« Newer Posts - Older Posts »

Categories